Roeien is een cyclische sport; roeiers herhalen telkens dezelfde volgorde van bewegingen – de haal. Als we het hebben over de roeihaal bedoelen we de roeicyclus. De roeicyclus bestaat uit 2 fases:

  1. De belaste fase – drive – het blad zit in het water, en;
  2. De herstelfase – recover – het blad is boven het water en de roeier glijdt naar voren (eigenlijk achteren).

Om een goed beeld en begrip van de roeihaal te ontwikkelen, hebben we deze in een aantal posities opgedeeld:

  1. Eerste helft (begin) van de recover,
  2. Tweede helft (midden) van de recover,
  3. Plaatsing (catch) van het blad in het water,
  4. Eerste helft (begin) van de drive,
  5. Tweede helft (midden) van de drive, en
  6. Afmaken en uitpik

Veranderingen van de hoeken van knieĆ«n, heupen en ellebogen bepalen de ‘werk’posities van de belangrijkste spieren in benen, rug en armen. Om het leerproces te vergemakkelijken worden drie controlepunten voor iedere positie gebruikt:

  1. Kniehoek – bepaalt beenactie en de plaats van het bankje
  2. Heuphoek – bepaalt de positie van het bovenlichaam
  3. Ellebooghoek – bepaalt de armpositie en arm ‘werk’

De analyse van de roeicyclus begint met het eerste gedeelte van de recover. Tijdens de recover glijdt de roeier niet alleen naar voren, maar vindt ook de voorbereiding (‘body preparation) voor het kritieke moment van de plaatsing van het blad in het water plaats. Te weinig voorwaartse lichaamshoek (inbuigen) veroorzaakt een reeks van fouten: met handen en schouders de boot in duiken voor de catch, blad beweegt van het water af , invegen, enzovoorts. Het nut van een goede recover en body preparation kan hierom niet voldoende benadrukt worden.

Artikel: “Rowing Technique” van KNRB.nl.

Onderwerpen: