De uitzet is het eind van de haal en het begin van de recover. Bij de uitzet zit de roeier sterk in eerste stop en zijn de buikspieren aangespannen. Hij zit licht achterover, maar valt niet door. Tijdens het einde van de haal haalt de roeier zijn hendel ter hoogte van zijn borstbeen aan en zet met een verticale beweging van de buitenarm het blad uit het water, waarna de armen worden weggestrekt.

Positie

De uitzet, waarbij de buitenhand de hendel naar beneden tikt waardoor het blad het water verlaat, is de belangrijkste positie om het eerst te beheersen. Het is de sleutel tot een goede recover en daarmee ook een ​​goede inpik. Het is belangrijk dat een sterke houding wordt vastgehouden als de hendel wordt uitgezet. Als het lichaam van de roeier achterin inzakt kan deze onmogelijk druk op de hendel behouden, omdat de ondersteunende structuur voor het werk van de armen in de statische sterkte van de arm ligt. De eerste stap is om ervoor te zorgen dat je roeiers rechtop gaan zitten, wat de ontwikkeling van de core vereist.

Handen

Het volgende item om op te focussen is de positie van de handen. De haal moet richting de bovenkant van de ribbenkast worden afgemaakt, op welk punt de roeier naar beneden duwt met de buitenhand. Het blad komt los van het water. Dit kan echter niet worden bereikt als de roeier bij de finish over de hendel is gezakt, omdat hij of zij niet genoeg ruimte heeft om de juiste beweging te maken. Typische problemen die ontstaan ​​bij het hebben van een gebogen rug bij de finish zijn gebogen schouders en het rommelige afmaken van de haal. Als de wervelkolom gebogen is, zullen de schouders vanzelf omhoogkomen in een poging om de juiste hoogte van het handvat door de uitzet te behouden. Te veel naar achteren doorvallen kan een juiste beweging van de handen bij de ontgrendeling voorkomen, omdat de handen in staat moeten zijn om de hendel naar beneden te drukken. Dat is onmogelijk als het lichaam onder de hendel zit bij het loslaten. Oefeningen zoals roeien met vast blad en roeien met alleen de buitenarm kunnen helpen bij het oplossen van problemen bij de uitzet.

Oefeningen voor een goede uitzet

1. Uitlengen

Tijdens het uitlengen beginnen de roeiers de haal met alleen hun armen vanuit de uitzet. De focus ligt tijdens deze oefening bij de uitzet en het loskomen van het water. Als dit goed gaat kan de haal langer worden gemaakt door de rug toe te voegen, het accent ligt daarbij nog steeds op het uitzetten en ‘finishen’ van de haal. Uiteindelijk halve bank oprijden, om vervolgens complete halen te maken.

2. Ergometeren voor een spiegel

Zet de roeier voor een spiegel op een ergometer of in de bak. Laat de roeier vervolgens zelf letten op zijn of haar houding. Let op je houding terwijl je het handvat naar de uitzet trekt. Zit je lang rechtop? Heb je de hendel tijdens de haal recht naar de bovenkant van de ribbenkast getrokken? Zijn de ellebogen en de polsen op een gelijke hoogte tijdens de de uitzet?

3. Planken

Ja, planken kan redelijk saai zijn. Maar planken is een ideale oefening om de houding van een roeier in de uitzet te verbeteren. Voorplanken, zijplanken. De interval is aan jou en hoe atletisch de roeiers zijn. Zorg ervoor dat je rug recht blijft (‘neutraal’), in plaats van te laten buigen of bollen.

 

Foutje gespot? Aanvullingen aan dit artikel? Jouw eigen kennis delen? Neem contact op met de redactie.

Laatst bijgewerkt op