Peter begint zijn presentatie met een filmpje van Merijn van Oijen op de Holland Beker 1999 met de Holland 8.

Wat voor type calls zijn er in dit filmpje te horen?

  • Motivatie: ‘we hebben 3 roeiplaatsen’, ‘voor het publiek’
  • Informatie & raceplan: ‘1250’, ‘laatste 300’
  • Coaching/techniek: ‘lang houden’
  • Feedback: ‘dit is niet goed, we doen nog een push’

Deze vier typen calls geven de vier rollen van de stuur tijdens een race aan. Daarnaast moet er natuurlijk ook de goede lijn gestuurd worden.

Motivatie

Peter geeft ons twee opdrachten voor op de ergometers, één stuurtje roeit, de ander is de stuur:

  • Je mag alleen motiverende calls gebruiken, 500 meter roeien, 1e helft moet je maximaal aanmoedigen, de 2e helft nog meer maximaal.
  • Je mag alleen maar calls gebruiken die betrekking hebben op de tegenstander (vergelijkend) à uit deze opdracht bleek dat alleen maar opmerkingen over de tegenstander demotiverend werkt. Je moet je tegenstander gebruiken en er energie uithalen, geen energie aan spenderen. Uiteindelijk moeten de roeiers en stuur het zelf doen. Wanneer praat je wel over je tegenstander? Rond de 300 meter benoem je waar je ligt in het veld. Kies een tegenstander om mee te strijden; waar je energie uit kan halen door naar toe te praten of juist vanaf weg te trappen.

Informatie & raceplan

  • De stuur moet overal van op de hoogte zijn, over alle informatie beschikken. Pas dan kun je met vertrouwen het water op (zowel tijdens een training als een wedstrijd).
    • Het oproei- en raceplan: wat doen we waar?
      Peter laat de stuurtjes die hij begeleidt bij Skoll bijvoorbeeld altijd het oproeiplan in meerdere scenario’s uittekenen. Welke oefening waar? Afstandjes altijd met de wedstrijdrichting mee zodat je niet halverwege moet laten lopen. Welke oefening skip je als je tijd te kort hebt? Wat doe je extra als je tijd over hebt? Erg leerzaam!
    • Focuspuntjes
    • Baanregels
  • Dit heb je altijd bij je in de boot: opgeladen cox, reparatiemateriaal, klep (tegen zon én regen), zonnebril, zonnebrand.
  • Wat is de filosofie van een raceplan?
    • Het is je eigen plan; geen reactie op de tegenstander. Het raceplan is dus bv. niet ‘een 3 op 20 bij de 500 meter en daarna kijken wat de tegenstand doet’.
    • Na de start moet je niet teveel uitzakken (geen snelheidsverlies), maar wel technisch goed gaan roeien (i.p.v. dat stoterige startje). Voor eerstejaars roeiers moet dit gebeuren voor de 300 meter, voor meer ervaren roeiers kan het ook later (Holland 8 voor de 500 meter). Dit is het punt van de race waar de stuur het meest scherp moet zijn, want anders mislukt de race. Een raceplan ziet er dus altijd zo uit: starten – lengen – direct na het lengen een push.
    • De (ervaren) stuur moet weten welk tempo bij welk moment van de race passen.

Sturen

  • Wanneer je een hele baan opschuift tijdens de race vaar je slechts 12 cm om à niet helemaal rechtdoor varen is dus niet erg. Afremmen door veel bij te sturen is echter wel erg! 4 graden op het roer = 1% toename van de weerstand = 1 sec langzamer voor een zware mannen acht. Conclusie: het liefst niet sturen, anders zo subtiel mogelijk.
  • Een eerstejaars acht gaat nooit perfect rechtdoor. Als je altijd een afwijking hebt bij de start à preventief tegensturen.

Over welke eigenschappen beschikt een goede stuur?

  • Ruimtelijk inzicht en bootgevoel (maakt niet uit hoe de stuur er uitziet, als hij/zij echt bootgevoel heeft… inselecteren!)
  • Overtuiging, assertief, verantwoordelijk, goed articuleren, zelfreflectie
  • Georganiseerd
  • Kennis hebben en huiswerk doen, een goede stuur is een autodidact
  • Binnen de ploeg: vertrouwen krijgen, ploeg kennen, drive laten zien
  • Stressbestendig
  • Secuur
  • Gewicht (ook minimumgewicht): maar van ondergeschikt belang, want 7 kg te zwaar zorgt voor 1 sec vertraging, terwijl 1 slinger al voor 1,5 sec vertraging zorgt.

Conclusie: sturen is dienend leiderschap (stuurtjes zijn dus geen prinsesjes). De stuur mag nooit energie kosten, maar moet energie leveren.

Coachen van de stuur

  • Stimuleer het leren, maak ze autodidact.
  • Anekdote Peter over willen verbeteren: Peter vond dat hij teveel praatte tijdens het sturen. Om dit te verbeteren heeft hij alle lettergrepen geteld van een trainingsopname en zichzelf als doel gesteld om aan het eind van het jaar nog maar de helft van die lettergrepen te gebruiken.
  • Als je een goede stuur wil worden, moet je willen leren en oefenen. Zo is Peter bijvoorbeeld een tijdje vaste invaller geweest bij de damesclubacht van RIC om de Grote Bocht te oefenen. Andere oefenoptie: het sturen van een veteranenacht verdient €20.

Extra informatie

  • Omgeslagen boot tillen: eerst de punt tillen à water stroomt naar de boeg à water stroomt uit de boot. Als je het andersom doet stroomt het water de punt in, waardoor de boot superzwaar blijft.
  • Sommige roeiers moet je afleiden van de prestatie (door bv. ergens met ze om te lachen), de lapzwansen moeten juist bij de les gehouden worden. Als de coach ‘hetzelfde wil roeien als gisteren’, is het vaak het gevaar dat de roeiers meteen perfect willen roeien en vergeten dat daar gister eerst een heel proces aan vooraf is gegaan. Herinner ze er dan aan dat ze gisteren ook niet meteen perfect roeiden.

Onderwerpen: