De stuur heeft naast het veilig de boot van A naar B brengen, het motiveren van de roeiers en het aangeven van technische puntjes ook een aantal stuurcommando’s die helpen bij het besturen van de boot.

BasishaalReguliere haal met volledige inspanning en met als doel maximale bootsnelheid op een laag tempo.
Light haalHaal met minder inspanning, de bootsnelheid wordt lager.
“Na nu”Commando’s die door de stuur gegeven worden gelden vanaf het moment dat de stuur “na nu” zegt. Dit is vrijwel altijd aan het einde van een haal, in de uitzet.
HoudenDe roeiers zetten hun bladen verticaal in het water en remmen zo de boot af.
BouwenBouwen is het opbouwen van de beentrap onder water waardoor het tempo en de bootsnelheid omhoog gaan.
3 naar 10Een opzetje waarin er drie halen vanuit onder water gebouwd wordt, waarna het tempo wordt meegenomen. Na tien halen gaan de roeiers weer over op basishaal.
KlapjesKorte haal met alleen de armen
StrijkenOmgekeerde haal, de roeiers verplaatsen de boot achterwaarts met alleen hun armen
UitzettenDe roeiers houden hun handen aan het vlot en duwen de boot het water op, vervolgens trekken ze de riemen in.
Slagklaar Slagklaar maken is bij het stilliggen van de boot het klaarmaken van de roeiers voor een nieuwe haal. Afhankelijk van de ploeg is dit in de uitzet danwel de inpik.
Rondmaken Het 180 graden ‘omkeren’ van de boot. Eén boord strijkt, één boord maakt klapjes. Dit kan zowel over bakboord als stuurboord, maar gebeurt meestal over bakboord.
Onderwerpen: