Het Orcalied is het verenigingslied van AUSR Orca. Het lied wordt ingezet bij officiële aangelegenheden zoals blikken, huldigingen en de botendoop. Ook aan het begin en eind van elke ALV wordt het lied gezongen. Leden dienen tijdens het zingen van het lied te staan. Het lied mag alleen door bestuursleden worden ingezet. Toen Orca in 1970 ontstond uit een fusie van Charon en de Batavier, werd er door enkele (ex-)Charonauten oorspronkelijk een heel ander Orcalied gecomponeerd. Verschillende andere Orcanen vonden dit echter veel te stijf en verzonnen rijdend in een Eend van Amersfoort naar Utrecht op de terugweg van een bestuursweekend een alternatief ORCA-lied. Het alternatieve lied werd op de ALV aangenomen als het officiële Orcalied.

Op vrijdagavond 23 oktober 1970 hadden de USR Charon en de USR De Batavier beide op Unitas een ledenvergadering. Aan het eind van lange fusiebesprekingen was afgesproken dat Charon op die avond haar naam zou veranderen in Orca en dat De Batavier zich zou opheffen. Dat was juridisch de beste en goedkoopste manier om te fuseren. Om 24.00 uur, dus net op 24 oktober, werd er een einde gemaakt aan de vergaderingen en kwam er een hoempa-band binnen om het feest ter gelegenheid van de geboorte van Orca te vieren.

Er was toen tevoren al een vergadering geweest om de naam Orca te kiezen en de kleuren van de nieuwe vereniging vast te leggen. Op die vergadering was ook gesproken over een clublied en er was een voorstel gedaan door een paar leden van De Batavier. Dit was een lied met een buitengewoon hoogdravende officiële tekst, dat nogal gedragen c.q. traag gezongen moest worden en zich dus niet zo goed leende voor bijvoorbeeld het zingen bij het halen van een blik.

De beide laatste besturen van Charon, van de presidenten Erik Peet (68-69) en Wim Lemmens (69- 70) gingen in de herfst van 1970 gezamenlijk op weekend. Erik Peet kwam daar 's avonds bij het kampvuur met een voorstel voor een eenvoudiger, sneller te zingen lied. Het ging op de melodie van een toen bekend liedje van Eddie Christiani “Er was eens een meisje van 17 jaar”, etc. Hij had het weer van een Amerikaans liedje overgenomen. Er is een versie van dit lied bekend met een nogal platte vervolgtekst (“die had tussen haar benen. . .. “), en die zullen we aan het kampvuur ongetwijfeld ook gezongen hebben, maar Erik had de tekst voorbereid met “Wij roeien voor Orca met keiharde haal. . . “. De rest van de tekst is die avond verder bijgesteld tot en met “O, wat zijn wij er toch blij ! Haal door !”

De regel “Harinkje, Spierinkje” is er tussen gekomen toen een deel van het gezelschap op de zondag terug reed in de (uiteraard oude en gammele) Eend van Erik Peet. Daarin zaten aan de tussenbalk van het dak een paar fietsbanden, bedoeld om het dakje op zijn plaats te houden als het half open ging. Vooral materiaalcommissaris 68-69 Jan Al ging steeds aan die elastieken hangen en bracht de Eend in deining bij de woorden “O, wat zijn wij er toch”, door dan te zingen “Harinkje, spierinkje” en op en neer te bewegen. Erik baalde daarvan, want hij was bang voor de vering van zijn auto, en juist daarom ging de rest van de inzittenden nog harder meeveren. De olijke toevoeging in de tekst hebben we er in gehouden en zo is het voorgesteld in een volgende ALV van Orca. Ons lied kreeg verre de voorkeur boven het andere kandidaatlied. Zo is het Orca- lied ontstaan.

Tekst

Wij roeien voor ORCA met keiharde haal,
wij rukken steeds harder al breekt er een…
ORCA zo rood, grijs en zwart tezamen,
bekers voor ORCA en blikken voor mij,
O wat zijn wij er toch
Harinkje, Spierinkje
Oh wat zijn wij er toch blij!
HAAL DOOR!

Melodie

Het lied is geschreven op de melodie van het lied Rozen zo rood van Max van Praag en Jany Bron uit 1953. Vandaag de dag wordt het lied nog steeds in deze melodie gezongen, mits door de jaren iets versneld.

Vanaf het gedeelte ‘O wat zijn wij er toch’ vertraagt het lied waardoor iedereen ongelijk eindigt. Het is voor velen een kunst als laatste met het HAAL DOOR te eindigen.